ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ7339
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.P. Smit
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verstrekkingen op grond van Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen
Eisers, beiden van Joegoslavische nationaliteit, hebben op 12 juli 2005 aanvragen ingediend voor verstrekkingen krachtens de Wet COA. Verweerder heeft deze aanvragen op 21 juli 2005 afgewezen omdat eisers niet voldoen aan de in artikel 2, eerste lid, van de Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (Rvb) genoemde categorieën. Eisers stelden dat zij wel aan de voorwaarden voldeden en dat een belangenafweging een voortzetting van de verstrekkingen rechtvaardigde.
De rechtbank oordeelt dat de korpschef geen verklaring heeft afgegeven waaruit blijkt dat niet onherroepelijk is beslist op een aanvraag tot verblijf voor 1 juli 1998, maar dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) heeft verklaard dat eisers niet tot de in artikel 2 Rvb Pro genoemde categorieën behoren. Verweerder is gebonden aan de tekst van artikel 2 Rvb Pro en heeft het besluit voldoende gemotiveerd door te verwijzen naar de verklaring van de IND.
De rechtbank stelt vast dat de stelling van eisers dat de korpschef ten onrechte geen verklaring heeft afgegeven, niet ter toetsing ligt in deze procedure. De rechtbank toetst het besluit van verweerder en verklaart het beroep ongegrond. Er worden geen proceskosten aan een van de partijen toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de afwijzing van verstrekkingen op grond van de Rvb wordt ongegrond verklaard.