ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ7350
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning gezinsvorming op grond van middelenvereiste en richtlijn gezinshereniging
Verzoekster, van Marokkaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor gezinsvorming bij haar echtgenoot, die naast de Marokkaanse ook de Nederlandse nationaliteit bezit. Hoewel zij in het bezit was van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), wees verweerder de aanvraag af omdat de hoofdpersoon niet langer voldeed aan het middelenvereiste.
Verzoekster stelde dat verweerder onterecht onderscheid maakte tussen de mvv-procedure en de verblijfsvergunningsprocedure, hetgeen niet strookt met Richtlijn 2003/86/EG inzake gezinshereniging. Tevens voerde zij aan dat de weigering in strijd is met artikel 8 EVRM Pro omdat het gezinsleven wordt aangetast. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster zich op de richtlijn kan beroepen en dat de richtlijn uitgaat van één aanvraag voor zowel toegang als verblijf.
Omdat verweerder zich niet heeft uitgelaten over de mogelijke strijdigheid van de nationale regelgeving met de richtlijn, en gezien de complexiteit en verstrekkende gevolgen, werd verweerder de gelegenheid geboden dit in de bodemprocedure nader te onderbouwen. De voorzieningenrechter schorst de werking van het besluit en verbiedt de uitzetting van verzoekster totdat de rechtbank op het beroep heeft beslist. Tevens werden de proceskosten en griffierecht ten laste van de Staat der Nederlanden aan verzoekster toegekend.
Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst het besluit en verbiedt de uitzetting totdat de rechtbank op het beroep heeft beslist.