ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ7373
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting Iraakse asielzoeker met beroep op subsidiaire bescherming
Verzoeker, een Iraakse asielzoeker, diende op 26 oktober 2006 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze werd op 30 oktober 2006 afgewezen. Verzoeker stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De rechtbank beoordeelde het asielrelaas, waarin verzoeker stelde bedreigd te zijn door het Al Mahdileger vanwege zijn werk als pompbediende. Verweerder achtte het relaas ongeloofwaardig, mede vanwege het ontbreken van reis- en identiteitspapieren en tegenstrijdigheden in verklaringen. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat verweerder niet in redelijkheid het relaas ongeloofwaardig kon achten en dat het ontbreken van documenten verzoeker niet volledig kan worden toegerekend.
Voorts werd overwogen dat het categoriaal beschermingsbeleid voor Centraal-Irak was beëindigd, maar dat het beroep op artikel 15 c van de Definitierichtlijn (subsidiaire bescherming) een redelijke kans van slagen heeft. De rechtbank verbiedt daarom de uitzetting totdat op het beroep is beslist en veroordeelt verweerder in de proceskosten. Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt de uitzetting van verzoeker totdat op het beroep is beslist en wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe.