ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ9724
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting op grond van Besluit 1/80 voor Turkse werknemer
Verzoeker, een Turkse werknemer die tussen 1985 en 2001 legaal in Nederland heeft gewerkt, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 6, eerste lid, van het Associatiebesluit 1/80. Verweerder wees deze aanvraag af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en stelde dat verzoeker het Nederlandse grondgebied gedurende zes maanden had verlaten, gebaseerd op een eerder onaantastbaar besluit tot intrekking van een verblijfsvergunning.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het eerdere besluit alleen betrekking had op nationaal verblijfsrecht en geen vaststellende werking heeft op de rechten die voortvloeien uit Besluit 1/80. Verweerder had onvoldoende onderzoek gedaan naar de vraag of verzoeker op grond van Besluit 1/80 recht heeft op vrijstelling van het mvv-vereiste, ondanks overgelegde documenten die aantonen dat verzoeker Nederland niet heeft verlaten.
Gezien de redelijke kans van slagen van het bezwaar en het ontbreken van een grondslag voor de veronderstelling dat verzoeker het grondgebied langer dan zes maanden heeft verlaten, werd de voorlopige voorziening toegewezen. Verweerder werd verboden verzoeker uit Nederland te verwijderen totdat op het bezwaar is beslist. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht werd aan verzoeker vergoed.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat op het bezwaar tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning is beslist.