ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ9898
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Woongedeelte van woonwinkelpand behoort tot ondernemingsvermogen, geen verplichte privé-etikettering
De zaak betreft een geschil over de fiscale etikettering van het woongedeelte van een woonwinkelpand, dat eiser als ondernemingsvermogen heeft aangemerkt. Verweerder stelde dat dit woongedeelte als verplicht privévermogen moest worden gezien, wat zou leiden tot een correctie op de belastingaanslag. De rechtbank beoordeelde of de keuze van eiser om het gehele pand als ondernemingsvermogen te boeken binnen de grenzen der redelijkheid viel.
Feiten tonen aan dat het pand sinds 1967 deels als winkel en deels als woonruimte werd gebruikt, met tussendeuren die de delen functioneel verbonden. Zowel eiser als zijn vader hadden het pand in hun administratie als ondernemingsvermogen opgenomen. De rechtbank overwoog dat splitsbaarheid van het pand niet doorslaggevend is en dat het gebruik van het pand door eiser en zijn familieleden toezicht en overzicht op de bedrijfsvoering mogelijk maakte.
De rechtbank concludeerde dat de etikettering van het pand als ondernemingsvermogen niet onredelijk was en dat er geen omstandigheden waren die een verplichte overgang naar privévermogen rechtvaardigden. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard; het woongedeelte van het pand behoort tot het ondernemingsvermogen.