ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ9904
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen schending gelijkheidsbeginsel bij uitsluiting Nedeco-regeling en geen vrijstelling premieplicht volksverzekeringen
Eiser was in 1999 en tot 7 juni 2000 werkzaam voor een in Nederland gevestigde werkgever en verrichtte zijn werkzaamheden buiten Nederland, onder meer in Mexico. Vanaf 7 juni 2000 werkte hij voor een buitenlandse werkgever. De vraag was of eiser recht had op de forfaitaire kostenaftrek volgens de Nedeco-regeling ondanks de uitsluiting bij samenloop met de WVA, en of hij vrijgesteld was van de premieplicht volksverzekeringen.
De rechtbank verwijst naar eerdere arresten van de Hoge Raad waarin is vastgesteld dat de uitsluiting van de Nedeco-regeling bij samenloop met de WVA objectief en redelijk is en geen verboden discriminatie inhoudt. Ook is geoordeeld dat de premieplicht volksverzekeringen niet wordt opgeheven voor personen die uitsluitend voor een in Nederland gevestigde werkgever buiten Nederland werken.
Eiser betoogde dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden en dat hij vrijstelling van premieplicht zou moeten krijgen, maar deze argumenten werden verworpen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees erop dat de regeling na 2000 is gewijzigd, maar dat dit geen terugwerkende kracht heeft.
De uitspraak werd gedaan op 30 november 2006 door de rechtbank 's-Gravenhage, sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer, en is in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard; geen toepassing Nedeco-regeling en geen vrijstelling premieplicht volksverzekeringen.