ECLI:NL:RBSGR:2006:BA6130
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.W.S. de Groot
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering geloofwaardigheid christelijk geloof
Eiser, een Chinese nationaliteit dragende asielzoeker, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door verweerder werd afgewezen op grond van onvoldoende geloofwaardigheid van zijn verklaring dat hij christen is.
De rechtbank toetste het besluit aan de hand van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en concludeerde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de antwoorden van eiser op vragen over het christelijk geloof doorslaggevend waren voor het oordeel dat hij niet als christen kon worden beschouwd.
Verweerder had onder meer gewezen op het ontbreken van kennis van de hoofdstromingen van het christendom en het niet kunnen noemen van bijbelboeken en namen, maar had geen rekening gehouden met vertaalproblemen en het ontbreken van specifieke deskundigheid op geloofsgebied.
De rechtbank oordeelde dat het oordeel van verweerder onvoldoende positieve overtuigingskracht had en dat het bestreden besluit in strijd was met artikel 3:46 Awb Pro, waarna het werd vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag is vernietigd vanwege onvoldoende motivering over de ongeloofwaardigheid van het christelijk geloof van eiser.