ECLI:NL:RBSGR:2006:BA8660
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring en aanwending dwangmiddelen
Eiser werd op 22 november 2006 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf en het gebruik van een vals paspoort. Hij stelde beroep in tegen de oplegging van deze maatregel en voerde aan dat de binnentreding in zijn caravan en de daaropvolgende staandehouding onrechtmatig waren en dat geen effectief rechtsmiddel beschikbaar was om dit te toetsen, in strijd met artikel 5 en Pro 13 EVRM.
De rechtbank overwoog dat de binnentreding en staandehouding geen vrijheidsbeneming vormen en daarom niet onder artikel 5 EVRM Pro vallen. De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) dat de vreemdelingenrechter niet kan oordelen over de aanwending van bevoegdheden die niet bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 zijn toegekend. De rechtmatigheid van het strafrechtelijk voortraject en de staandehouding ligt derhalve niet ter toetsing in deze procedure.
Eiser had onvoldoende onderbouwd dat het strafrecht, civiel recht of vreemdelingenrecht geen rechtsmiddel biedt om de rechtmatigheid van de dwangmiddelen te toetsen. Ook was niet gesteld dat eiser een rechtsmiddel heeft geprobeerd te benutten. De rechtbank achtte de vrijheidsontnemende maatregel rechtmatig en in redelijkheid gerechtvaardigd en wees het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.