ECLI:NL:RBSGR:2006:BA9704
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.E.C. van Rijckevorsel-Besier
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning medische behandeling wegens schending EVRM artikelen 3 en 8
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder beperking medische behandeling. Verweerder wees dit verzoek af op grond van een BMA-advies dat stelde dat geen medische noodsituatie op korte termijn bestond en dat eiser adequaat in Marokko behandeld kon worden. De rechtbank oordeelde dat het BMA-advies onvolledig was omdat het niet duidelijk maakte of medische behandeling noodzakelijk was en dat verweerder onvoldoende had onderzocht of mantelzorg in het land van herkomst aanwezig was.
Eiser stelde zich op het standpunt dat door het besluit de artikelen 3 en 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) werden geschonden. De rechtbank erkende dat in uitzonderlijke gevallen artikel 3 EVRM Pro kan worden betrokken bij reguliere verblijfsprocedures en oordeelde dat gezien de medische situatie van eiser, zijn afhankelijkheid van zijn broer in Nederland en het ontbreken van bewijs van mantelzorg in Marokko, sprake was van een mogelijke schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat ook artikel 8 EVRM Pro geschonden werd omdat eiser volledig afhankelijk is van zijn broer voor dagelijkse verzorging en al jaren bij hem woont. Het beroep van eiser op een regeling uit 1999 werd afgewezen wegens te late indiening. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en schending van artikel 3 en 8 EVRM.