ECLI:NL:RBSGR:2006:BB0850
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Eiser kwalificeert niet als ondernemer voor omzetbelasting en geen recht op aftrek
Eiser heeft samen met een partner een vennootschap onder firma opgericht voor filmproductie, welke hij vanaf 1994 als eenmanszaak voortzette. Uit boekenonderzoeken bleek dat eiser in de jaren 1994-1995 en 2000-2003 geen omzet heeft gerealiseerd. Naar aanleiding van het boekenonderzoek over 2000-2003 legde de Belastingdienst een naheffingsaanslag omzetbelasting op vanwege ten onrechte in aftrek gebrachte voorbelasting.
Eiser stelde dat hij in 2000 een nieuw filmproject is gestart met investeringen in kapitaal en arbeid, en dat dit project verschilde van eerdere activiteiten. Hij voerde aan dat hij daardoor ondernemer was en recht had op aftrek van voorbelasting. Verweerder stelde dat eiser geen ondernemer was in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 omdat hij geen omzet realiseerde en onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het nieuwe project gericht was op het behalen van omzet.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet had aangetoond dat hij ondernemer was in de relevante periode, omdat hij geen objectieve gegevens had over toekomstige inkomsten uit het nieuwe project. Daarom had hij geen recht op aftrek van voorbelasting en werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat hij geen ondernemer is voor de omzetbelasting en geen recht heeft op aftrek van voorbelasting.