ECLI:NL:RBSGR:2006:BB2556
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale bijtelling privégebruik ter beschikking gestelde auto's in 2002
Eiser maakte bezwaar tegen de door verweerder vastgestelde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2002, waarbij het voordeel van de ter beschikking gestelde auto's voor privégebruik werd bijgeteld. Eiser stelde dat de forfaitaire bijtelling te hoog was en dat de regeling in strijd was met het gelijkheidsbeginsel en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
De rechtbank stelde vast dat eiser in 2002 verschillende auto's ter beschikking had, waarvan hij ook privégebruik maakte, inclusief woon-werkverkeer. De bijtelling werd berekend op basis van artikel 3.145 van de Wet IB 2001, waarbij 10% van de cataloguswaarde als voordeel werd gehanteerd. Eiser voerde aan dat deze regeling onrechtvaardig was en dat het Besluit van 24 mei 2002 ongelijkheidsbehandeling veroorzaakte tussen bestelauto's en personenauto's.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een schending van het recht op eigendom zoals bedoeld in het Eerste Protocol bij het EVRM, en dat de fiscale regeling een objectieve en redelijke rechtvaardiging kende. De verschillen in behandeling tussen bestelauto's en personenauto's waren gerechtvaardigd door beleidsmatige overwegingen. De rechtbank wees het beroep af en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen wordt gehandhaafd.