ECLI:NL:RBSGR:2006:BC4378
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Leijenhorst
- J.M. Vink
- J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Herroeping aansprakelijkstelling loonheffing wegens tijdige melding betalingsonmacht
Eiser is bestuurder van een BV die in januari en februari 2004 loonheffing verschuldigd was. De BV werd failliet verklaard en verweerder stelde eiser aansprakelijk voor de niet-betaalde loonheffing. Eiser maakte bezwaar tegen deze aansprakelijkstelling en stelde dat hij in januari 2004 telefonisch tijdig melding van betalingsonmacht had gedaan.
De rechtbank oordeelt dat de wet geen vormvereiste stelt voor de melding van betalingsonmacht, zodat ook een mondelinge melding geldig kan zijn. Eiser heeft aannemelijk gemaakt dat hij in januari 2004 telefonisch contact had met een medewerker van verweerder waarin hij de betalingsproblemen meldde. De onkundigheid van die medewerker kan niet aan eiser worden tegengeworpen.
Verweerder had geen aantekeningen van dit telefoongesprek en ging ervan uit dat geen tijdige melding was gedaan. De rechtbank vernietigt daarom de bestreden uitspraak wegens strijd met het motiveringsbeginsel en draagt verweerder op om opnieuw op het bezwaar te beslissen. Indien verweerder van mening is dat de melding onvolledig is, moet hij eiser binnen 14 dagen gelegenheid geven ontbrekende informatie te verstrekken.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling omdat eiser geen professionele rechtsbijstand heeft ingeschakeld. De uitspraak is gedaan op 3 augustus 2006 door drie rechters van de rechtbank 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder moet opnieuw op het bezwaar beslissen wegens tijdige melding van betalingsonmacht.