ECLI:NL:RBSGR:2006:BD1166
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt boetebeschikkingen en handhaaft belastingaanslagen inzake lijfrentepremies
Eiser was van 1990 tot 2001 zelfstandig ondernemer en sloot in die periode drie kapitaalsverzekeringen als oudedagsvoorziening. Vanaf 2001 was eiser in loondienst en bracht in de aangiften over 2001, 2002 en 2003 premies als lijfrentepremies in aftrek. De Belastingdienst legde navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen op, omdat deze premies niet aftrekbaar zijn.
De rechtbank stelt vast dat bij een boekenonderzoek in 1999 de betaalde premies als bedrijfskosten zijn gecontroleerd zonder correcties of opmerkingen, waardoor de Belastingdienst vertrouwen heeft gewekt dat de premies aftrekbaar waren. Dit vertrouwen houdt echter op na de overgang van eiser naar loondienst, omdat het fiscale regime anders is en eiser geen informatie heeft ingewonnen over de fiscale gevolgen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt voor de jaren 2001-2003, maar dat de opgelegde boetebeschikkingen onterecht zijn omdat geen grove schuld is vastgesteld. De heffingsrente is terecht in rekening gebracht. Het beroep wordt gegrond verklaard, de boetebeschikkingen worden vernietigd, de belastingaanslagen en heffingsrente blijven gehandhaafd en het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Boetebeschikkingen worden vernietigd, belastingaanslagen en heffingsrente gehandhaafd, griffierecht vergoed.