Uitspraak
RECHTBANK 's-GRAVENHAGE
.
1.De procedure
alleaanvragen voor tapmachtigingen van 2006 alsmede de op die aanvragen betrekking hebbende documenten ter beschikking te stellen.
Rechtbank 's-Gravenhage
Eiser, in voorlopige hechtenis in het Verenigd Koninkrijk wegens verdenking van drugsdelicten, verzocht de Nederlandse Staat om overlegging van aanvragen en machtigingen voor telefoontaps uit februari en augustus 2006. Deze tapverslagen waren aan de Engelse justitie verstrekt als bewijs in een strafzaak tegen eiser. Eiser wilde de documenten verkrijgen om de rechtmatigheid van de taps te kunnen toetsen, mede vanwege het ontbreken van Nederlandse vervolging en het belang van zijn verdediging in Engeland.
De Nederlandse Staat verweerde zich met het argument dat de taps onderdeel waren van een onderzoek naar een schietincident waarbij eiser niet als verdachte werd beschouwd. Bovendien zou openbaarmaking van de documenten het lopende onderzoek kunnen frustreren. De voorzieningenrechter liet een wijziging van eis niet toe vanwege procesorde en oordeelde dat het vertrouwensbeginsel in het internationale rechtshulpverkeer geldt, waarbij wordt aangenomen dat de gegevens rechtmatig zijn verkregen.
De rechter concludeerde dat eiser onvoldoende belang had bij de gevraagde documenten en dat de opsporingsbelangen zwaarder wogen. Daarom werd de vordering afgewezen en werd eiser veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot overlegging van tapmachtigingen wordt afgewezen vanwege onvoldoende belang en opsporingsbelang.