ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ5704
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen inbewaringstelling ex-asielzoeker onder moties Bos en Dijsselbloem
Eiser, een ex-asielzoeker uit Tunesië, werd op 12 december 2006 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en voerde aan dat er geen zicht op uitzetting is vanwege zijn validering onder de moties Bos en Dijsselbloem en het kabinetsbesluit van 13 december 2006, die een 'pas op de plaats' voorschrijven voor uitzettingen in het kader van het project Terugkeer.
De rechtbank oordeelde dat verweerder rechtmatig handelde bij de inbewaringstelling en het daaropvolgende gehoor, ondanks dat het gehoor pas na de inbewaringstelling plaatsvond. De toezegging van de Tunesische autoriteiten voor een laissez-passer was aanwezig, waardoor de inbewaringstelling gerechtvaardigd was.
De kern van het geschil betrof de vraag of eiser onder de genoemde moties en het kabinetsbesluit valt. Hoewel eiser had gelogen over zijn identiteit en nationaliteit tijdens de asielprocedure, was hij niet veroordeeld of ongewenst verklaard. De rechtbank concludeerde dat deze leugens niet leiden tot uitsluiting van de 'pas op de plaats' regeling en dat eiser onder de toezegging van het kabinet valt.
Daarom is er geen zicht op uitzetting en werd het beroep gegrond verklaard. De rechtbank beval de opheffing van de inbewaringstelling, kende schadevergoeding toe voor de onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelde de Staat tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de inbewaringstelling wordt opgeheven wegens toepassing van de moties Bos en Dijsselbloem en humanitaire bezwaren.