ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ5950
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening en ongegrondverklaring beroep vrijheidsontnemende maatregel in asielzaak Iraakse soenniet
Verzoeker, een Iraakse soenniet, vluchtte vanwege etnische spanningen en vreesde vervolging in Irak. Zijn asielaanvraag werd binnen 48 uur afgewezen omdat hij onvoldoende persoonlijke bedreiging aannemelijk maakte. Verzoeker beriep zich op de motie-De Wit, die een tijdelijk opschorting van uitzettingen naar Centraal- en Zuid-Irak beoogt.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker wel degelijk procesbelang heeft bij zijn verzoek om voorlopige voorziening, mede door de onduidelijkheid over de gevolgen van de motie-De Wit en de duur van de opschorting. De voorlopige voorziening werd toegewezen omdat het beroep een redelijke kans van slagen heeft en er sprake is van spoedeisend belang.
Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel werd ongegrond verklaard. De rechtbank vond dat de maatregel niet onrechtmatig is, gezien het lopende onderzoek en de onduidelijkheid over het categorale beschermingsbeleid. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard.