ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ5956
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verbod op opdrachtverlening aan derden na onrechtmatige heraanbesteding door de Staat
De Staat schreef aanbestedingen uit voor saneringsprojecten van asbesthoudende wegen, waaronder bestek 2005-17. Grontmij Nederland B.V. deed een passende aanbieding en kreeg aanvankelijk het voornemen tot gunning van deze opdracht. Later besloot de Staat de opdracht niet aan Grontmij te gunnen en de werkzaamheden opnieuw aan te besteden.
Grontmij vorderde in kort geding onder meer een verbod voor de Staat om de opdracht opnieuw aan derden toe te wijzen, stellende dat de heraanbesteding in strijd was met het gelijkheids- en vertrouwensbeginsel en de precontractuele goede trouw. De Staat verdedigde haar recht tot heraanbesteding op grond van een vermeende verplichting tot wezenlijke wijziging van de opdracht.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de Staat niet verplicht is de opdracht wezenlijk te wijzigen bij heraanbesteding en dat het voornemen tot heraanbesteding van bestek 2005-17 gebaseerd was op een onjuist uitgangspunt. Omdat de aanbesteding al in de gunningsfase was, was de heraanbesteding in strijd met het vertrouwensbeginsel en de precontractuele goede trouw. Het verbod om de werkzaamheden aan derden toe te wijzen werd toegewezen, maar de vorderingen tot definitieve gunning en verbod tot heraanbesteding werden afgewezen omdat het bestek reeds uit de markt was gehaald.
Uitkomst: De Staat is verboden de werkzaamheden van bestek 2005-17 aan derden toe te wijzen wegens schending van het vertrouwensbeginsel en precontractuele goede trouw.