ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ6453
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewaring vreemdeling ten onrechte ondertekend maar niet onrechtmatig verklaard
Op 22 december 2006 werd eiser in vreemdelingenbewaring gesteld door een besluit dat ten onrechte was ondertekend namens de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie in plaats van de Minister van Justitie, die sinds 19 december 2006 bevoegd is tot inbewaringstelling. De rechtbank stelt vast dat dit formele gebrek niet heeft geleid tot benadeling van eiser, mede doordat het besluit werd ondertekend door een bevoegde hulpofficier van justitie.
Eiser voerde aan dat de bewaring onrechtmatig was vanwege onbevoegde ondertekening en onvoldoende voortvarendheid bij de uitzetting, onder meer door een verkeerde vluchtboeking door de Koninklijke Marechaussee. De rechtbank oordeelt echter dat de duur van de bewaring van 15 nachten en de uiteindelijke uitzetting op 6 januari 2007 geen aanwijzingen geven voor onvoldoende voortvarendheid.
De rechtbank concludeert dat het besluit tot inbewaringstelling en de uitvoering daarvan voldoen aan de wettelijke vereisten en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om schadevergoeding af omdat geen onrechtmatigheid is vastgesteld.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.