ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ7207
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vreemdelingenbewaring en verblijfstitel visum Portugal
Eiser, een Angolese staatsburger, werd op 20 december 2006 in vreemdelingenbewaring gesteld en op 2 januari 2007 uitgezet naar Portugal. Hij voerde aan dat zijn geldige Portugese visum hem recht gaf om zich vrij te verplaatsen in Nederland en Duitsland. De rechtbank stelde vast dat het visum territoriaal beperkt was tot Portugal en geen geldige verblijfstitel voor Nederland vormde. Het visum betrof geen eenvormig Schengenvisum en gaf geen recht op verblijf buiten Portugal.
De rechtbank overwoog dat het beroep van eiser ongegrond was omdat hij geen rechtmatig verblijf in Nederland had. Verweerder had op goede gronden de bewaring opgelegd, mede omdat eiser geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland had, zich niet had aangemeld bij de korpschef en niet beschikte over voldoende middelen om in zijn levensonderhoud te voorzien. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat de bewaring niet onrechtmatig was.
De procedure en de wijze van tenuitvoerlegging voldeden aan de wettelijke vereisten. De rechtbank wees het beroep af en liet de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af omdat de vreemdelingenbewaring terecht was opgelegd.