ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ7216
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verstrekkingen aan uitgeprocedeerde asielzoekster ondanks medische klachten en bezwaar
Eiseres, een uitgeprocedeerde asielzoekster uit Syrië en/of Libanon, werd geconfronteerd met de beëindiging van haar verstrekkingen op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005 (Rva 2005). Verweerder stelde dat zij onvoldoende had meegewerkt aan haar terugkeer en dat de wettelijke voorwaarden voor beëindiging waren vervuld.
Eiseres voerde aan dat zij recht had op voortzetting van de opvangvoorzieningen vanwege haar lopende bezwaarprocedure, haar langdurige verblijf in Nederland, de belangen van haar minderjarige dochter, haar beroep op het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) en de Europese Richtlijn 2003/9/EG, alsmede haar medische situatie met chronische buikklachten en psychische problemen.
De rechtbank oordeelde dat het beroep op artikel 3 lid 1 IVRK Pro geen directe werking heeft en dat eiseres niet onder de werkingssfeer van de Richtlijn viel omdat haar asielaanvraag definitief was afgewezen. De medische situatie vormde geen acute noodsituatie die voortzetting van verstrekkingen rechtvaardigde. Ook het feit dat de feitelijke beëindiging was opgeschort tot opname in het project Terugkeer stond het besluit niet in de weg.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de verstrekkingen had beëindigd en verklaarde het beroep ongegrond. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar verstrekkingen wordt ongegrond verklaard.