ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ7346
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening in vreemdelingenrecht inzake opschorting uitzetting wegens pardonregeling
Verzoekster, van Russische nationaliteit, is sinds 1992 in Nederland en heeft meerdere aanvragen voor verblijfvergunningen gedaan, die allen zijn afgewezen. Haar partner is in december 2006 overleden. De Tweede Kamer heeft moties aangenomen die pleiten voor een pardonregeling voor asielzoekers die hun aanvraag voor 1 april 2001 indienden en Nederland niet hebben verlaten.
De minister-president heeft besloten gedwongen uitzetting van ex-asielzoekers in de laatste fase van het Project Terugkeer op te schorten bij humanitaire bezwaren, met name bij gezinnen met kinderen. Verzoekster valt mogelijk onder deze regeling.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het belang van verzoekster om in Nederland te verblijven en de pardonregeling af te wachten zwaarder weegt dan het belang van de overheid bij uitzetting. Daarom wordt haar verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen en wordt uitzetting tot vier weken na beslissing op bezwaar verboden.
Het verzoek van verzoeker wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoekster en de Staat der Nederlanden wordt aangewezen als rechtspersoon voor de vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Verzoekster wordt beschermd tegen uitzetting tot vier weken na beslissing op bezwaar vanwege mogelijke pardonregeling en humanitaire bezwaren.