ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ7354
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning en vermindering aanslagen onroerendezaakbelasting
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning op de waardepeildatum 1 januari 2003, die aanvankelijk was vastgesteld op €260.000 en na bezwaar op €204.000 was vastgesteld. Eiser stelde dat de waarde te hoog was en pleitte voor een waardering van €150.000, onderbouwd met een taxatierapport en een verkoopprijs van een nabijgelegen woning.
Verweerder verdedigde de vastgestelde waarde met een taxatierapport van juni 2006, waarin de woning werd gewaardeerd op €196.000. De rechtbank oordeelde dat geen van beide partijen het gevraagde bewijs voldoende had geleverd. Verweerder slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de waarde correct was vastgesteld, mede door onvoldoende onderbouwing van de vergelijkingsmethode en het ontbreken van logische samenhang in gebruikte waarderingsgegevens.
Eiser kon zijn lagere waardering evenmin aannemelijk maken, omdat zijn taxatierapport onvoldoende inzicht bood in de waarderingsmethode en de verkoopprijs van het vergelijkingsobject te ver na de waardepeildatum lag. De rechtbank stelde daarom de waarde in goede justitie vast op €179.000, gebaseerd op een verkoop van een vergelijkbaar perceel waarvan de opstal was gesloopt.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, verminderde de WOZ-waarde en de aanslagen onroerendezaakbelasting, en veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiser. De uitspraak werd op 26 januari 2007 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: WOZ-waarde woning vastgesteld op €179.000 en aanslagen onroerendezaakbelasting verminderd.