ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ7398
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens prematuur besluitvorming en onvoldoende voorlichting
Eiser diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Op 7 juli 2005 ontving eiser het voornemen tot afwijzing van deze aanvraag, met de mededeling dat een zienswijze binnen twee weken kon worden ingediend. De termijn liep derhalve tot 21 juli 2005. Verweerder nam echter op 20 juli 2005 een besluit tot afwijzing, dat op 21 juli 2005 werd bekendgemaakt.
Eiser stelde dat hij door omstandigheden niet tijdig een onderbouwde zienswijze kon indienen en dat verweerder hem onvoldoende had geïnformeerd over de mogelijkheid om nog op de laatste dag een zienswijze in te dienen. De rechtbank oordeelde dat verweerder, ondanks de door eiser gestelde feiten niet te hebben betwist, had moeten wijzen op de resterende termijn voor het indienen van een zienswijze.
De rechtbank volgde de jurisprudentie dat het recht op het indienen van een zienswijze een essentieel onderdeel van de procedure is, waardoor een bijzondere zorgvuldigheid van verweerder vereist is. Door prematuur te besluiten en onvoldoende voorlichting te geven, heeft verweerder de procedure niet zorgvuldig gevolgd. Daarom werd het besluit vernietigd en verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens prematuur besluit en onvoldoende voorlichting over de zienswijzetermijn.