ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ7587
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens twijfel Liberiaanse afkomst na taalanalyses en contra-expertises
Eiser, afkomstig uit Liberia, vroeg asiel en een verblijfsvergunning vanwege humanitaire redenen. Verweerder weigerde deze op grond van twijfel over de Liberiaanse nationaliteit, mede gebaseerd op taalanalyses die wezen op een mogelijke herkomst uit Guinee.
Eiser voerde aan dat hij onvoldoende gehoord was, dat de taalanalyses niet voldeden aan wetenschappelijke richtlijnen en dat contra-expertises zijn Liberiaanse afkomst aannemelijk maakten. De rechtbank oordeelde dat de taalanalyses van de IND voldoen aan hoge academische standaarden en dat de contra-experts deskundig en onafhankelijk zijn.
De rechtbank concludeerde dat de contra-expertises voldoende aanknopingspunten bieden om aan de juistheid en volledigheid van de taalanalyses te twijfelen. Bovendien was het eerdere gehoor in het Engels, terwijl eiser deze taal niet machtig is, waardoor het weinig betekenis heeft. Daarom is het besluit tot weigering onvoldoende gemotiveerd en wordt het vernietigd.
De rechtbank veroordeelde de Staat tot betaling van proceskosten en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open voor het asielverzoek, maar wel hoger beroep tegen het verblijfsvergunningdeel.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van toelating als vluchteling en verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende gemotiveerde twijfel aan Liberiaanse afkomst.