ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ7996
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in het kader van het project Terugkeer
Verzoekers, allen Iraakse nationaliteit en onderdeel van het project Terugkeer, hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen hun uitzetting uit Nederland. Zij beroepen zich op de motie-Dijsselbloem en het daarop volgende kabinetsbesluit van 13 december 2006, waarin uitzettingen van bepaalde groepen ex-asielzoekers tijdelijk zijn opgeschort.
Verweerder stelt dat het kabinetsbesluit niet op verzoekers van toepassing is vanwege tegenstrijdige informatie over hun nationaliteit in de asielprocedure, waardoor volgens hem sprake is van uitzettingsdreiging. De voorzieningenrechter constateert dat verzoekers niet ongewenst zijn verklaard en artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag niet op hen van toepassing is. De term 'openbare-ordeaspecten' uit het kabinetsbesluit is niet nader uitgewerkt en verweerder heeft nog geen criteria gesteld om de toepassing van het besluit op verzoekers te beoordelen.
Gezien het ontbreken van deze criteria kan niet worden vastgesteld of de dreiging van uitzetting is komen te vervallen. Daarom wordt een voorlopige voorziening getroffen die uitzetting verbiedt totdat verweerder nadere criteria heeft vastgesteld. De overige verzoeken worden afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Verzoekers mogen niet worden uitgezet totdat verweerder nadere criteria heeft vastgesteld over de toepassing van het kabinetsbesluit.