ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ8602
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens te late indiening ondanks beroep gegrond verklaard
Eiser stelde beroep in tegen een besluit van de Staatssecretaris van Defensie waarbij een eerder besluit werd gehandhaafd. Het primaire besluit was bekendgemaakt op 2 november 2004, waarna de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift op 14 december 2004 eindigde. Het bezwaarschrift van eiser werd echter pas op 21 december 2004 ontvangen en was ongedateerd en niet aangetekend verzonden.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat het bezwaarschrift tijdig ter post was bezorgd, waardoor het niet voldeed aan de wettelijke eisen voor tijdige indiening. Er was geen reden om te veronderstellen dat eiser niet in verzuim was geweest. Daarmee had verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk moeten verklaren.
Desondanks werd het beroep van eiser kennelijk gegrond verklaard. De rechtbank besloot het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk te verklaren met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb. Tevens werd de Staat der Nederlanden veroordeeld tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht en de proceskosten van € 322,-- in verband met de behandeling van het beroep.
De uitspraak werd gedaan door mr. E. Kouwenhoven op 8 februari 2007 en is openbaar. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het bezwaar van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening, maar het beroep wordt kennelijk gegrond verklaard en eiser krijgt griffierecht en proceskosten vergoed.