ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ8919
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.B. Raaphorst
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid inbewaringstelling op grond van Vreemdelingenwet 2000
Eiser werd op 27 januari 2007 in bewaring gesteld door de Minister van Justitie, waarbij sprake was van een kennelijke misslag in de vermelding van de wettelijke grondslag op het besluit. Hoewel het besluit onjuist was ondertekend en meerdere gronden waren aangekruist, was de feitelijke grondslag voor bewaring aanwezig en duidelijk voor eiser.
Eiser voerde aan dat het besluit ongeldig was vanwege de ondertekening door een onbevoegde minister en onduidelijkheid over de grondslag, en dat het voortraject onduidelijk was. De rechtbank stelde vast dat de bevoegdheid bij de Minister van Justitie lag en dat het besluit rechtsgeldig was ondertekend door een hulpofficier van justitie.
De rechtbank oordeelde dat de plaats van het verhoor en heenzending weliswaar onduidelijk was vermeld, maar dat dit geen onrechtmatigheid opleverde omdat eiser niet in zijn belangen was geschaad. Het redelijke vermoeden van illegaal verblijf was voldoende aannemelijk en niet ter toetsing aan de rechter.
De rechtbank concludeerde dat de inbewaringstelling niet in strijd was met de Vreemdelingenwet 2000 en niet onrechtmatig was, zodat het beroep ongegrond werd verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.