ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ9288
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Burg
- Van der Poort-Schoenmakers
- Bierling
- Rechtspraak.nl
Beslissing op vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens meervoudige oplichting
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 21 februari 2007 een beslissing genomen op een vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht betreffende de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel door de veroordeelde. De veroordeelde werd veroordeeld voor meervoudige oplichting en het wederrechtelijk verkregen voordeel werd geschat op €29.900.
Tijdens de zitting van 7 februari 2007 heeft de officier van justitie de vordering gehandhaafd en is de veroordeelde, bijgestaan door zijn advocaat, gehoord. De rechtbank baseert haar oordeel op wettige bewijsmiddelen, waaronder een proces-verbaal van de politie Haaglanden, en verklaart het voordeel bewezen.
De rechtbank neemt het bedrag van €29.900 als grondslag, verminderd met reeds aan benadeelden betaalde €23.800, en legt de veroordeelde op om €6.100 aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De beslissing is gebaseerd op artikel 36e Sr en is uitgesproken in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €6.100 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.