ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ9414
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid van vreemdelingenbewaring bij niet-bekendmaking asielbesluit
Eiser, een Indiase burger, werd op 20 januari 2007 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De kern van het geschil betrof de vraag of eiser ten tijde van zijn inbewaringstelling rechtmatig in Nederland verbleef, aangezien het besluit op zijn asielaanvraag van 10 maart 2006 niet aan hem bekend was gemaakt. De rechtbank stelde vast dat verweerder het besluit niet op de voorgeschreven wijze had bekendgemaakt, omdat het besluit slechts aan de korpschef was toegezonden en niet openbaar was gemaakt volgens artikel 3:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Hoewel eiser hierdoor formeel rechtmatig verblijf had op het moment van inbewaringstelling, oordeelde de rechtbank dat dit gebrek niet tot schending van zijn belangen leidde. De toegestane duur van de bewaring was nog niet verstreken en verweerder kon het gebrek herstellen door een nieuwe inbewaringstelling op een juiste grondslag. Daarnaast was het duidelijk dat eiser geen identiteitsdocument had, geen vaste verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan, wat het vermoeden van ontduiking van uitzetting rechtvaardigde.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af, omdat de vrijheidsontnemende maatregel rechtmatig was en de belangen van eiser niet waren geschaad. De procedure werd zonder verdere zitting afgerond, waarbij de rechtbank tevens overwoog dat het strafrechtelijk voortraject buiten haar bevoegdheid viel.
Uitkomst: Het beroep tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.