ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ9425

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
8 februari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 06/4933 V
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen afwijzing proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens aangepaste tegemoetkoming ziektekosten

Opposant stelde beroep in tegen het besluit van de Staatssecretaris van Defensie over de hoogte van de toegekende tegemoetkoming in ziektekosten. Tijdens het beroep overhandigde opposant een aangepast polisblad, waarop de Staatssecretaris de tegemoetkoming aanpaste. Vervolgens trok opposant het beroep in en verzocht om een proceskostenveroordeling van de Staatssecretaris.

De rechtbank wees het verzoek om proceskostenveroordeling af, waarna opposant verzet aantekende tegen deze beslissing. Opposant gaf aan niet te begrijpen waarom het verzet ongegrond werd verklaard en vroeg om opheldering.

De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 8:75a Awb een proceskostenveroordeling mogelijk is indien het bestuursorgaan tegemoetkomt op basis van feiten die reeds bij het bestreden besluit bekend waren. In dit geval was de tegemoetkoming gebaseerd op een nieuw polisblad dat na het besluit bekend werd, waardoor het verzoek niet toewijsbaar was.

Daarom verklaarde de rechtbank het verzet ongegrond en wees het verzoek om proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank 's-Gravenhage
sector bestuursrecht
derde afdeling, enkelvoudige kamer
Reg.nr: AWB 06/4933 V
UITSPRAAK
als bedoeld in artikel 8:55
van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
UITSPRAAK OP HET VERZET VAN
[opposant], wonende te [woonplaats], opposant.
I OVERWEGINGEN
1. Bij uitspraak van 11 januari 2007 heeft deze rechtbank het verzoek van opposant om de Staatssecretaris van Defensie te veroordelen in de proceskosten afgewezen.
2. Bij brief van 22 januari 2007 heeft opposant verzet gedaan tegen deze uitspraak.
3. In verzet heeft opposant aangevoerd dat hij niet begrijpt wat er zijnerzijds ongegrond was. Opposant begrijpt niet wat hij fout heeft gedaan.
4. Opposant heeft de rechtbank niet verzocht omtrent het verzet te worden gehoord en de rechtbank heeft geen aanleiding gezien opposant daartoe in de gelegenheid te stellen.
5. De rechtbank overweegt het volgende.
5.1 Opposant heeft bij brief van 14 juni 2006 beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Defensie van 14 april 2006, omdat hij het niet eens was met de hoogte van de toegekende tegemoetkoming in de ziektekosten. Deze tegemoetkoming was gebaseerd op de gegevens die vermeld waren op een door opposant overgelegd polisblad van zijn ziektekostenverzekering. In beroep heeft opposant alsnog een aangepast polisblad overgelegd. Dit gegeven is voor de Staatssecretaris aanleiding geweest de reeds toegekende tegemoetkoming in de ziektekosten aan te passen. Daarop heeft opposant het beroep ingetrokken met het verzoek verweerder te veroordelen in de proceskosten.
5.2 Artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 in Pro de kosten kan worden veroordeeld. Wordt evenwel tegemoetgekomen op grond van nieuwe feiten en omstandigheden, die dateren van na het bestreden besluit, dan is dit artikel naar het oordeel van de rechtbank niet van toepassing. Nu de Staatssecretaris is tegemoetgekomen op basis van het aangepaste polisblad dat na het bestreden besluit bekend is geworden, is terecht geoordeeld dat er geen aanleiding is om het verzoek om een proceskostenveroordeling toe te wijzen.
6. Het verzet is derhalve ongegrond.
II BESLISSING
De rechtbank 's-Gravenhage,
RECHT DOENDE:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. E. Kouwenhoven en in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2007, in tegenwoordigheid van de griffier mr. A.P.J. Heesen.