ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ9467
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduring vrijheidsontnemende maatregel en gebruik EU-document bij terugkeer Afghaanse vreemdeling
Eiser, een Afghaanse vreemdeling, werd op 27 oktober 2006 in vreemdelingenbewaring gesteld. Na een eerdere uitspraak die het beroep tegen deze maatregel ongegrond verklaarde, stelde eiser opnieuw beroep in tegen de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel en vorderde hij opheffing en schadevergoeding.
Eiser voerde aan dat verweerder niet voortvarend handelde, dat er onduidelijkheid was over het onderzoek naar de laissez-passer en dat onvrijwillige terugkeer met een EU-document niet in overeenstemming zou zijn met het Memorandum of Understanding (MoU). Verweerder stelde dat het onderzoek gaande was, dat er zicht was op uitzetting en dat de werkwijze in overeenstemming was met het MoU.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek naar de laissez-passer voldoende was toegelicht en dat het MoU weliswaar uitgaat van vrijwillige terugkeer, maar gedwongen verwijdering als uiterste mogelijkheid niet uitsluit, mits de betrokkene de kans krijgt alsnog vrijwillig terug te keren binnen een maand. Het gebruik van het EU-document bij gedwongen terugkeer is niet strijdig met het MoU. Daarnaast was er geen sprake van onvoldoende voortvarendheid of disproportionaliteit van de maatregel.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af, waarbij werd vastgesteld dat de voortduring van de vrijheidsontnemende maatregel rechtmatig en proportioneel was.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.