ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ9711
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- G.W.S. de Groot
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in afwachting pardonregeling ex-asielzoekers
Verzoeker, een Vietnamese ex-asielzoeker, diende zijn formele asielaanvraag pas na 1 april 2001 in vanwege logistieke problemen bij de IND, hoewel hij zich al op 11 maart 2001 had gemeld. Na afwijzing van zijn asielverzoek werd hij uitzetbaar verklaard en in vreemdelingenbewaring genomen. Hij verzocht om een voorlopige voorziening om zijn uitzetting te voorkomen totdat op zijn bezwaar was beslist.
De voorzieningenrechter overwoog dat er een nieuwe situatie is ontstaan door recente moties van de Tweede Kamer en een brief van de minister-president over een te verwachten generaal pardon voor ex-asielzoekers die hun aanvraag vóór 1 april 2001 hebben ingediend. Hoewel de precieze doelgroep nog niet vaststaat, is niet uitgesloten dat verzoeker onder deze regeling kan vallen.
De jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak over het drie jaren-beleid, die formele indiening strikt interpreteert, werd niet zonder meer toegepast omdat de motie Bos een andere strekking heeft. Verzoeker viel onder een grensgeval waarbij hij zich tijdig had gemeld, maar het formulier later ondertekende. De voorzieningenrechter achtte het niet redelijk om de uitzetting uit te voeren zolang het bezwaar niet is behandeld, mede omdat verzoeker de mogelijkheid heeft om met een laissez passer tot 7 juni 2007 terug te keren.
De voorzieningenrechter wees het verzoek toe, verbood de uitzetting en veroordeelde de Staat tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De uitzetting van verzoeker wordt verboden totdat op zijn bezwaar is beslist vanwege de mogelijke toepassing van een pardonregeling.