ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ9723
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens vermeende onjuiste gegevens niet gegrond
Verzoeker, van Pakistaanse nationaliteit, kreeg een verblijfsvergunning regulier onder de beperking arbeid in loondienst verleend. Verweerder trok deze vergunning met terugwerkende kracht in omdat verzoeker volgens hem onjuiste gegevens had verstrekt of achtergehouden, namelijk dat hij niet meer in loondienst werkte maar als vennoot in een V.O.F. was toegetreden.
Verzoeker stelde dat hij gedurende de geldigheidsduur van de vergunning feitelijk in loondienst was gebleven en dat de wijziging van zijn fiscale positie met terugwerkende kracht werd doorgevoerd, waardoor de intrekking op een onjuiste feitelijke grondslag was gebaseerd. Hij overlegde loonstroken, bankafschriften en een accountantsverklaring ter onderbouwing.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de intrekking onterecht was omdat de fiscale wijziging met terugwerkende kracht niet betekent dat op het moment van de aanvraag onjuiste gegevens waren verstrekt of achtergehouden. De intrekking was daarom in strijd met artikel 7:12 Awb Pro en werd vernietigd. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen, het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd vanwege een onjuiste feitelijke grondslag.