ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ9949
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- H.F.M. Hofhuis
- Rechtspraak.nl
Nietigheid beslaglegging na rechtsgeldige opzegging arbeidsovereenkomst Nederlandse Antillen
De zaak betreft een geschil tussen de Nederlandse Antillen en een voormalige werkneemster over de rechtsgeldigheid van de opzegging van haar arbeidsovereenkomst en de daaropvolgende executoriale beslagen.
De werkneemster trad op 1 april 2004 in dienst en werd per 31 juli 2005 ontslagen, wat zij aanvocht. De voorzieningenrechter oordeelde op 3 juli 2006 dat de opzegging niet rechtsgeldig was en veroordeelde de Nederlandse Antillen tot doorbetaling van loon tot een rechtsgeldige beëindiging. De Nederlandse Antillen zegde het dienstverband vervolgens rechtsgeldig op per 1 november 2006, gesteund op een landsbesluit.
De werkneemster legde op 6 september 2006 en 21 februari 2007 executoriaal beslag op onroerend goed en bankrekeningen van de Nederlandse Antillen wegens achterstallig salaris. De Nederlandse Antillen vorderde nietigheid van deze beslagen en een verbod op voortzetting van de executie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de opzegging rechtsgeldig was en dat de Nederlandse Antillen het salaris tot 1 november 2006 volgens de toepasselijke regels had voldaan. Het beslag op het onroerend goed was nietig omdat het een goed voor openbare dienst betrof. De beslagen werden opgeheven en voortzetting van executie werd verboden, met een dwangsom bij overtreding.
Uitkomst: De opzegging van de arbeidsovereenkomst is rechtsgeldig en de gelegde beslagen worden opgeheven met een verbod op voortzetting van executie.