ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ9966
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling van negatieve belastbare inkomsten eigen woning tussen partners volgens artikel 2.17 Wet IB 2001
Eiser en zijn echtgenote hadden in hun aangiften voor 2003 elk het volledige negatieve bedrag van de belastbare inkomsten uit eigen woning opgevoerd. Verweerder accepteerde dit alleen voor de echtgenote en wees het bedrag bij eiser af. De rechtbank stelde vast dat deze onderlinge verdeling niet volkomen was zoals bedoeld in artikel 2.17, vierde lid, Wet IB 2001.
De rechtbank oordeelde dat de negatieve inkomsten uit eigen woning als gemeenschappelijk inkomensbestanddeel gelijk verdeeld moeten worden, waardoor 50% aan eiser wordt toegerekend. Dit leidde tot een verlaging van het belastbare inkomen uit werk en woning van eiser met €3.818.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar en verminderde de aanslag dienovereenkomstig. Tevens werd bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit en dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De rechtbank wees erop dat verweerder de mogelijkheid heeft om de aanslag van de echtgenote aan te passen.
Eiser was niet verschenen op de zitting, maar was tijdig en correct uitgenodigd. De rechtbank zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: De aanslag van eiser wordt verminderd door de negatieve belastbare inkomsten uit eigen woning gelijk te verdelen tussen eiser en zijn echtgenote.