ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ9970
Rechtbank 's-Gravenhage
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking verblijfsvergunning asiel wegens onjuiste gegevens en terugwerkende kracht
Eiser kreeg in 1996 een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) met ingang van 1994, later omgezet in een verblijfsvergunning zonder beperkingen en vervolgens in een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd per 2001. Verweerder trok in 2006 deze vergunning met terugwerkende kracht tot 1994 in wegens het verstrekken van onjuiste gegevens.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking terecht was, maar niet met terugwerkende kracht tot 1994 kon plaatsvinden omdat de oorspronkelijke vvtv was omgezet en beëindigd. De intrekking kon hoogstens terugwerken tot 20 september 1997, de datum van de vergunning zonder beperkingen.
Verweerder baseerde het besluit op taalanalyses en een individueel ambtsbericht waaruit bleek dat eiser waarschijnlijk niet uit Liberia kwam, maar uit Ghana, en dat documenten niet authentiek waren. Eiser betwistte dit, maar leverde geen contra-expertise. De rechtbank achtte de onderzoeken zorgvuldig en de conclusies redelijk.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de helft van de proceskosten aan eiser. Het beroep werd gedeeltelijk gegrond verklaard, met name ten aanzien van de termijn van terugwerkende kracht van de intrekking.
Uitkomst: De intrekking van de verblijfsvergunning asiel is gegrond, maar niet met terugwerkende kracht tot vóór 20 september 1997.