ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ9979
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen weigering machtiging voorlopig verblijf na EU-toetreding Polen
Eiser, een Poolse nationaliteit, diende in 2001 een aanvraag in voor een machtiging voorlopig verblijf (mvv) om als student-priester bij de Sociëteit voor Afrikaanse Missiën te verblijven. Verweerder wees de aanvraag in 2002 af omdat de opleiding niet voldeed aan de vereisten voor studiegerelateerd verblijf. Bij bezwaar werd een verklaring van geen bezwaar afgegeven, mede vanwege de toetreding van Polen tot de EU per 1 januari 2004, waardoor eiser als economisch niet-actief gemeenschapsonderdaan in aanmerking komt voor een verblijfsdocument.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de beoordeling van het beroep, aangezien het gevraagde materieel is toegekomen. Eiser voerde nog aan dat vaststelling van onrechtmatigheid en proceskostenvergoeding van belang waren, evenals erkenning als kloosterling, maar dit was onvoldoende om een procesbelang aan te nemen.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak werd openbaar gedaan op 22 februari 2007. Partijen kunnen binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser inmiddels verblijfsrecht heeft als economisch niet-actief EU-burger.