ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ9993
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning op grond van gezinshereniging meerderjarig kind
Eiser diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel gezinshereniging met zijn vader, nadat een eerdere aanvraag als minderjarige was afgewezen. De rechtbank oordeelt dat deze aanvraag geen herhaalde aanvraag is in de zin van artikel 4:6 van Pro de Awb, omdat eiser inmiddels meerderjarig is en de wettelijke grondslag anders is.
De kern van het geschil betreft de vraag of eiser een geslaagd beroep kan doen op artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) inzake het recht op respect voor gezinsleven. Verweerder stelt dat de weigering van verblijf geen schending oplevert, omdat er geen positieve verplichting bestaat om verblijf te verlenen ondanks de objectieve belemmeringen om het gezinsleven buiten Nederland te onderhouden.
De rechtbank stelt vast dat verweerder zijn standpunt onvoldoende heeft gemotiveerd, met name over de bijzondere afhankelijkheid en objectieve belemmeringen. Desondanks oordeelt de rechtbank dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een bijzondere band die de normale emotionele band overstijgt of dat er zodanige omstandigheden zijn die een positieve verplichting tot verblijf opleggen.
Daarom wordt het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens gebrekkige motivering, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en de griffierechten worden toegewezen aan eiser.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.