ECLI:NL:RBSGR:2007:BA1321
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring vreemdeling met gezinsleven en voogdijkwestie
Verzoekster is ongewenst verklaard op grond van haar veroordeling voor zware misdrijven en het ontbreken van rechtmatig verblijf. Zij voert aan dat deze maatregel in strijd is met haar recht op gezinsleven met haar minderjarige kind, mede vanwege de tijdelijke overdracht van de voogdij aan Bureau Jeugdzorg en de lopende voogdijprocedure.
De rechtbank oordeelt dat de belangenafweging door verweerder onzorgvuldig is voorbereid en onvoldoende rekening houdt met de feitelijke situatie, zoals de voogdijoverdracht en het belang van het kind bij contact met zijn moeder. Ook ontbreekt een deugdelijke motivering van het besluit.
Verder wordt geoordeeld dat artikel 9 van Pro het IVRK rechtstreekse werking heeft en dat verzoekster belang heeft bij aanwezigheid in de voogdijprocedure. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, verbiedt gedwongen uitzetting totdat op bezwaar is beslist en schorst de strafrechtelijke gevolgen van de ongewenstverklaring.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de strafrechtelijke gevolgen van de ongewenstverklaring geschorst.