ECLI:NL:RBSGR:2007:BA1598
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.H. Machiels
- E.J.M. Boogaard-Derix
- L.M.J.A. barones van Hövell tot Westerflier-Dassen
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens ontbreken reëel zicht op uitzetting naar China
Eiser, een Chinese nationaliteit dragende vreemdeling, werd in bewaring gesteld wegens het ontbreken van een verblijfsvergunning en het zicht op uitzetting naar China. De rechtbank onderzocht of verweerder aannemelijk had gemaakt dat er een reëel zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestond. Uit het dossier bleek dat het aantal door Chinese autoriteiten verstrekte laissez-passers (lp) sinds medio 2006 drastisch was gedaald tot slechts 2 à 3% van de aanvragen, zonder dat verweerder een oorzaak of verwachting van verbetering kon aangeven.
Verweerder stelde dat het verstrekken van lp-akkoorden afhankelijk was van de juistheid en volledigheid van door de vreemdeling verstrekte gegevens, maar de rechtbank vond hiervoor geen deugdelijke feitelijke grondslag. Ook was het beschikbaar zijn van identiteitsdocumenten niet doorslaggevend voor het afgeven van lp-akkoorden. Verweerder kon geen inzicht geven in de criteria die de Chinese autoriteiten hanteren.
De rechtbank concludeerde dat er geen reëel zicht op uitzetting bestond en dat de voortzetting van de bewaring van eiser onrechtmatig was vanaf 1 maart 2007. De rechtbank kende eiser een schadevergoeding toe van €1.470 voor de periode van 1 tot 22 maart 2007 en veroordeelde de Staat tot betaling van de proceskosten van €805. Het beroep werd gegrond verklaard en de maatregel tot vrijheidsontneming opgeheven per 22 maart 2007.
Uitkomst: De bewaring van eiser is onrechtmatig verklaard vanaf 1 maart 2007 en opgeheven per 22 maart 2007 met toekenning van schadevergoeding en proceskosten.