ECLI:NL:RBSGR:2007:BA1601
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vreemdelingenbewaring ondanks onzekerheid over uitzetting naar Noord-Irak
Eiser, een Iraakse vreemdeling, is op 12 januari 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij stelde beroep in tegen de voortzetting van deze bewaring en verzocht om schadevergoeding. De kern van het geschil betrof de vraag of er nog voldoende perspectief op uitzetting bestond, nu de Noord-Iraakse autoriteiten sinds eind februari/begin maart 2007 geen EU-documenten meer accepteren voor verwijdering.
Verweerder gaf aan in overleg te zijn met de Noord-Iraakse autoriteiten, met een verwacht overleg begin april 2007, en hoopte dat bezwaren kunnen worden weggenomen. De rechtbank oordeelde dat er geen reden was om aan deze mededeling te twijfelen en dat eerdere uitzettingen tot eind februari 2007 hadden plaatsgevonden. Er was dus nog zicht op uitzetting.
De rechtbank vond dat verweerder voldoende voortvarend handelde, hoewel zij benadrukte dat spoedige concrete afspraken noodzakelijk zijn gezien de ingrijpende aard van de bewaring. Gelet op de korte duur van de bewaring en de omstandigheden achtte de rechtbank de voortzetting niet onredelijk. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.