ECLI:NL:RBSGR:2007:BA1877
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Chr.A.J.F.M. Hensen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering terugbetaling dwangsommen na gedeeltelijke vernietiging verbod Pretium
In deze zaak vordert Pretium terugbetaling van €500.000 aan dwangsommen die zij aan KPN heeft betaald na een vonnis dat een verbod oplegde op het gebruik van de term 'Laagste Kostengarantie' en een absolute superioriteitsclaim in haar reclame-uitingen. Dit verbod was door het hof Amsterdam gedeeltelijk vernietigd, waardoor de rechtsgrond voor de dwangsommen volgens Pretium met terugwerkende kracht zou zijn vervallen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het definitieve oordeel over de rechtsgrond aan de bodemrechter toekomt en dat hij slechts een voorlopig oordeel kan geven. Hoewel Pretium aannemelijk maakt dat zij onverschuldigd heeft betaald, is onvoldoende spoedeisend belang gesteld om de vordering in kort geding toe te wijzen.
Het hof had het verbod beperkt tot het gebruik van de term 'Laagste Kostengarantie' en vernietigde het verbod op mededelingen die een absolute superioriteitsclaim inhouden. De slogan die Pretium bleef gebruiken werd niet als equivalent aan het verboden deel van het verbod gezien. Daarom is het voortgezet gebruik van die slogan niet in strijd met het beperkte verbod.
Pretium heeft onvoldoende feiten aangevoerd om aan te tonen dat het ontbreken van de €500.000 onmiddellijke problemen veroorzaakt, waardoor het spoedeisend belang ontbreekt. De voorzieningenrechter wijst daarom de vordering af en veroordeelt Pretium in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van Pretium tot terugbetaling van €500.000 aan dwangsommen wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.