ECLI:NL:RBSGR:2007:BA2056
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-inwonerschap Nederland leidt tot vernietiging naheffingsaanslag BPM en boete
Eiser was sinds 8 september 2004 feitelijk woonachtig en werkzaam in België als zaakvoerder van een restaurant. Op 20 oktober 2004 werd hij in Nederland aangetroffen rijdend in een voertuig met Belgisch kenteken, waarop een naheffingsaanslag BPM en een vergrijpboete werden opgelegd.
Eiser betoogde dat hij op die datum geen inwoner van Nederland was, zijn uitschrijving uit het Nederlandse bevolkingsregister aan het formaliseren was, en dat de naheffingsaanslag en boete onterecht en disproportioneel waren opgelegd. Verweerder stelde dat eiser nog in Nederland stond ingeschreven en dat zijn gezin daar woonde, wat zou wijzen op Nederlanderschap.
De rechtbank stelde vast dat de feitelijke omstandigheden doorslaggevend zijn voor de fiscale woonplaats en dat formele inschrijving slechts bijkomstig is. Gezien de omstandigheden en de niet weersproken verklaring van eiser, oordeelde de rechtbank dat eiser op 20 oktober 2004 zijn woonplaats niet in Nederland had. Daarom werden de naheffingsaanslag en boete vernietigd.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. De uitspraak werd op 20 maart 2007 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM en vergrijpboete werden vernietigd omdat eiser geen fiscale woonplaats in Nederland had op 20 oktober 2004.