ECLI:NL:RBSGR:2007:BA2086
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.A.C. van Rossum
- E.A. Mink
- E.J. van As
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verkrachting en mishandeling; niet-ontvankelijkheid vervolging belaging wegens ontbreken klacht
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van verkrachting, belaging en mishandeling van zijn toenmalige vriendin. De vervolging wegens belaging werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de benadeelde geen uitdrukkelijk verzoek tot vervolging had ingediend, zoals vereist volgens artikel 285b lid 2 Sr en artikel 164 lid 1 Sv Pro.
Ten aanzien van de verkrachting stelde de rechtbank vast dat het enige bewijs de aangifte was, zonder ondersteunende bewijsmiddelen zoals getuigenverklaringen of forensisch bewijs dat dwang of bedreiging aantoonden. Verdachte verklaarde dat het seksuele contact vrijwillig was. Hierdoor ontbrak het wettig en overtuigend bewijs om de verkrachting te bewijzen.
Ook voor het feit van mishandeling ontbrak ondersteunend bewijs; het letsel dat door de ouders van de benadeelde was geconstateerd en de foto's die zij maakte konden niet rechtstreeks aan verdachte worden toegerekend. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de verkrachting en mishandeling en wees de vordering tot gevangenneming af.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, omdat geen straf of maatregel tegen verdachte werd opgelegd. De rechtbank concludeerde dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk was voor het feit van belaging en sprak verdachte vrij van de overige feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van verkrachting en mishandeling; vervolging belaging niet-ontvankelijk verklaard.