ECLI:NL:RBSGR:2007:BA2119
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- J.P. Smit
- Rechtspraak.nl
Toepassing hardheidsclausule bij mvv-vereiste voor gezinshereniging van minderjarige
Verzoekster, een toen 8-jarig meisje van Egyptische nationaliteit, vroeg in 2001 een verblijfsvergunning aan om bij haar moeder in Nederland te verblijven. Haar moeder heeft de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit, terwijl verzoekster de Egyptische nationaliteit van haar vader ontleent, met wie zij geen contact heeft. Verzoekster is in Egypte geboren, maar heeft daar slechts een jaar gewoond en verbleef daarna in Marokko en Nederland.
De aanvraag werd afgewezen omdat verzoekster niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verzoekster stelde dat het vasthouden aan het mvv-vereiste zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, mede vanwege de bijzondere gezinsomstandigheden, de vrees voor ontvoering door haar vader en de lange duur van de procedure.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder niet in redelijkheid kon besluiten geen gebruik te maken van de hardheidsclausule. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de bijzondere omstandigheden in aanmerking moeten worden genomen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen, en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd met toepassing van de hardheidsclausule.