ECLI:NL:RBSGR:2007:BA2293
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- J.P. Smit
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende duurzame middelen van bestaan bij gezinsvorming
Verzoekster diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ten behoeve van gezinsvorming met haar echtgenoot, de hoofdpersoon. Hoewel de hoofdpersoon ten tijde van afgifte van de machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) wel over voldoende middelen van bestaan beschikte, was dit niet meer het geval bij de aanvraag van de verblijfsvergunning. De werkgever van de hoofdpersoon had de arbeidsovereenkomst opgezegd en de hoofdpersoon ontving een uitkering op grond van de Ziektewet.
De minister wees de aanvraag af op grond van artikel 3.13, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, omdat niet werd voldaan aan het vereiste van zelfstandige en duurzame middelen van bestaan. Verzoekster voerde aan dat de minister rekening had moeten houden met lopende procedures en dat het beleid ruimte biedt voor discretionaire vergunningverlening, maar de rechtbank oordeelde dat geen bijzondere omstandigheden waren aangevoerd die een afwijking rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Het hoger beroep staat open voor het bestreden besluit in de hoofdzaak, maar niet voor de voorlopige voorziening.
Uitkomst: Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen wegens onvoldoende duurzame middelen van bestaan.