ECLI:NL:RBSGR:2007:BA2381
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Hoorplicht en begrip kennelijk ongegrond bezwaar bij weigering machtiging voorlopig verblijf
Eiseres, van Turkse nationaliteit, vroeg een machtiging voorlopig verblijf aan om bij haar echtgenoot te verblijven. De aanvraag werd geweigerd omdat de echtgenoot niet voldeed aan de inkomensnorm. Verweerder verklaarde het bezwaar kennelijk ongegrond en zag af van het horen van belanghebbenden.
De rechtbank stelde vast dat verweerder niet alleen op dossierstukken had beslist, maar ook informatie had ingewonnen bij de werkgever en de Belastingdienst. Hierdoor was het bezwaar niet direct ongegrond en was het horen van belanghebbenden vereist.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het begrip 'kennelijk' in artikel 7:3 Awb Pro niet correct had toegepast en dat het beleid ruimte liet voor interpretatie omtrent overwerk, onkostenvergoeding en heffingskorting. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd het griffierecht aan eiseres vergoed. De uitspraak werd gedaan door rechter Janse van Mantgem op 19 februari 2007.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de machtiging voorlopig verblijf wordt vernietigd.