ECLI:NL:RBSGR:2007:BA2609
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.C.J. Mosheuvel
- A.B.M. Hent
- H. Benek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen voortduring vreemdelingenbewaring en schadevergoeding na opheffing
Eiser werd op 14 januari 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld. Het eerste beroep tegen deze bewaring werd op 29 januari 2007 ongegrond verklaard. Op 12 maart 2007 stelde eiser beroep in tegen de voortduring van de bewaring en verzocht om schadevergoeding, terwijl de bewaring reeds op 1 maart 2007 was opgeheven.
De rechtbank overwoog dat het beroep ondanks de opheffing ontvankelijk is, omdat het binnen de wettelijke termijn van vier weken na opheffing is ingesteld. Het beroep richt zich tegen het besluit om de maatregel niet eerder te beëindigen en geen schadevergoeding toe te kennen.
De gemachtigde van eiser stelde dat de bewaring onrechtmatig was verlengd omdat verweerder te laat tot opheffing overging vanwege een mogelijke toekomstige pardonregeling. De rechtbank oordeelde dat de eerdere rechtmatigheid van de bewaring onbetwist is gebleven en dat de opheffing op 1 maart 2007 zorgvuldig is genomen na nieuwe politieke inzichten.
Daarom is geen sprake van onrechtmatigheid voorafgaand aan de opheffing en is het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortduring van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.