ECLI:NL:RBSGR:2007:BA2994
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- J.G.Th. Engelberts
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens medische noodsituatie en artikel 1F gedragingen
Verzoeker, een Afghaanse staatsburger, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning met als doel medische behandeling. Deze werd afgewezen wegens ernstige vermoedens van gedragingen als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, wat leidde tot intrekking van zijn eerdere verblijfsvergunning.
Hoewel verzoeker onder medische behandeling staat die in Afghanistan niet kan worden voortgezet en een acute medische noodsituatie dreigt bij uitblijven van behandeling, oordeelde verweerder dat het belang van de openbare orde en nationale veiligheid zwaarder weegt. Verzoeker betoogde dat hij niet strafrechtelijk vervolgd wordt en dat zijn langdurig verblijf, medische situatie en gezinsbanden in Nederland een verblijfsvergunning rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter stelde dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de medische problematiek duurzaam uitzetting verhindert en dat de belangenafweging disproportioneel is. De voorlopige voorziening werd toegewezen, waardoor uitzetting wordt verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld tot proceskosten en vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt toegewezen tot vier weken na beslissing op bezwaar.