ECLI:NL:RBSGR:2007:BA3176
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens ondeugdelijke motivering bij wijziging bijstandsnorm wegens vermeende gezamenlijke huishouding
Eiser ontving aanvankelijk een bijstandsuitkering als alleenstaande met toeslag wegens verzorgingssituatie. Verweerder wijzigde later de norm naar die van een gezamenlijke huishouding en reviseerde de uitkering met terugwerkende kracht, gebaseerd op een registratie van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) waarin eiser en zijn oom als gezamenlijke huishouding werden aangemerkt.
Eiser betwistte deze wijziging omdat zijn feitelijke woonsituatie niet was veranderd en verweerder tot het moment van het SVB-besluit geen gezamenlijke huishouding had aangenomen. De rechtbank oordeelt dat het onweerlegbare rechtsvermoeden van artikel 3, vierde lid, aanhef en onder d, WWB niet van toepassing is omdat eiser geen rechtsmiddelen kon instellen tegen het SVB-besluit en daardoor het bestaan van een gezamenlijke huishouding ten volle mocht betwisten.
De rechtbank stelt dat verweerder niet volstaat met de SVB-registratie als grondslag voor de normwijziging en dat het bestreden besluit ondeugdelijk is gemotiveerd. Het besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt het belang van de feitelijke woonsituatie boven administratieve registraties en bevestigt het recht op toegang tot de rechter bij betwisting van een gezamenlijke huishouding in het kader van de WWB.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens ondeugdelijke motivering.